Kleine Broertjes

Smal legoWees geloofd, mijn Heer, om hen die door Uw liefde vergeven
en lijden en beproevingen verduren.
Gelukzalig zijn zij die het in vrede zullen verdragen
want door U, allerhoogste, zullen zij gekroond worden.

Moet ik op mijn broertjes passen!
    Ben ik weer eens aan de beurt!
Constant eentje die moet plassen,

    of zijn nieuwe kleren scheurt.
Zeven kleverige apen
    altijd zijn hun snoeten vies
weg wil ik, maar ik moet rapen:
    scherven van het glasservies.
Er mankeert iets aan hun oren
    of ik aardig ben of brom,
bouwt er één een mooie toren
    schopt een ander hem weer om.
Moddersporen op de bank en
    viltstiftvlek in het tapijt
‘k wil het liefste mee gaan janken
    als de één de ander bijt.
Na zo’n helse dag van razen
    en van bandeloze pret
kan het mij oprecht verbazen
    hoe ze rusten in één bed.
Armen om elkaar geslagen
    en geen kwaad meer in de zin
slapen al die zeven blagen
    onvoorstelbaar vredig in.

Zonnelied

Illustratie: Martin Kwak

– Titia Lindeboom

Geïnspireerd door Hiëronymus van Alphen

Smal lego⇐ Naar het gedicht Zuster Moeder Aarde

Naar het gedicht Zuster Dood ⇒

 

2 reacties op “Kleine Broertjes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *